Maak je je zorgen over de hoeveelheid zand die je paard binnenkrijgt? Misschien is er zand gevonden bij een mestonderzoek, heeft je paard zandkoliek gehad of zie je hem letterlijk zand eten. Dan wil je weten wat je kunt doen om verdere zandinname te beperken.
Een graasmasker kan tijdelijk helpen om de zandinname te verminderen bij paarden die bewust zand blijven eten. Maar welk masker kies je, waar moet je op letten en hoe pak je de oorzaak aan? In deze blog lees je wat een graasmasker kan betekenen en waarom voeding en management minstens zo belangrijk zijn.
Wanneer kan een graasmasker helpen bij zand eten?
Heeft je paard zandkoliek gehad, is er op röntgenfoto’s veel zand in de darmen te zien of zit hij midden in een behandeling? Dan wil je voorkomen dat er ondertussen steeds nieuw zand bij komt.
Een graasmasker kan het opnemen van grote happen zand helpen verminderen. In overleg met je dierenarts kan het daarom een tijdelijke aanvulling zijn op de maatregelen die je al neemt. Het masker houdt niet al het zand tegen en verwijdert ook geen zand uit de darmen.
Het is daarmee geen eenvoudige oplossing voor het hele probleem. Verderop lees je hoe je mogelijke oorzaken van zandinname kunt herkennen en aanpakken.
Welk graasmasker kies je bij zand eten?
Dat hangt af van wat je paard mag en moet kunnen eten.
Mag je paard vanwege koliek tijdelijk niets eten? Voor enkele van onze sterk beperkende graasmaskers is een afdichting beschikbaar waarmee het paard alleen kan drinken. Gebruik deze uitsluitend op medisch advies en voor de voorgeschreven, beperkte duur, om langdurig vasten te voorkomen. Controleer altijd of drinken goed lukt. Deze afdingtingsplaten vind je hier.
Mag je paard wel hooi eten? Dan is een mild beperkend graasmasker met een iets grotere opening de meest passende keuze binnen ons assortiment. Combineer je dit met een hooinet, kies dan een maaswijdte van minimaal 4,5 cm. Die maat alleen garandeert niet dat eten voldoende lukt: blijf observeren of je paard daadwerkelijk genoeg hooi kan opnemen.
Bied hooi bij een combinatie met een hooinet of slowfeeder zo veel mogelijk in de natuurlijke graashouding aan, bijvoorbeeld met een hooibak. De opening van het graasmasker zit recht onder de mond: als het hooi hoger hangt, kan je paard er moeilijker bij.
Kan een graasmasker de zandinname ook vergroten?
Een graasmasker voorkomt niet onder alle omstandigheden dat je paard zand binnenkrijgt.
Op een heel korte weide kan een paard gras met worteltjes en aarde lostrekken. Met een masker kan het lastiger zijn om dat materiaal te selecteren of weer kwijt te raken. Let dus goed op wat er daadwerkelijk door de opening naar binnen komt.
Ook een nat masker verdient aandacht. Na het drinken kunnen zand en modder makkelijker blijven plakken. Dat kan vervolgens met het eten mee naar binnen gaan. Controleer daarom regelmatig de binnenkant en maak het masker schoon als dat nodig is.
Naast de keuze voor een passend graasmasker is het daarom belangrijk om te kijken naar het gedrag, de voeding en de omgeving van je paard.
Hoe krijgt je paard zand binnen?
Er zijn verschillende situaties waarin je paard zand kan opnemen:
- Hooi eten vanaf een zandbodem. Bij het verzamelen van gevallen plukjes en restjes komt er zand mee naar binnen.
- Grazen op een te korte of kale weide. Je paard kan gras met worteltjes en aanhangende aarde lostrekken.
- Lang zoeken naar iets eetbaars. Bij weinig ruwvoer of lange voeronderbrekingen kan je paard ieder sprietje en restje uit het zand gaan verzamelen.
- Bewust zand likken of eten. Sommige paarden schrapen de bodem open of zoeken steeds een bepaalde grondlaag op. De aanleiding daarvoor vraagt om verder onderzoek, met aandacht voor voeding, gezondheid en leefomstandigheden.
Observeer je paard: wat gebeurt er precies?
Neem de tijd om te kijken wanneer en waar je paard zand binnenkrijgt. Verzamelt hij hooirestjes, zoekt hij naar de laatste grassprietjes of likt en hapt hij rechtstreeks aan het zand? Door zijn gedrag te observeren, krijg je beter zicht op wat er speelt en welke aanpassing nodig is.
Een graasmasker komt vooral bij die laatste situatie in beeld: wanneer je paard bewust zand blijft opnemen en je dit moet afremmen. Bij de andere oorzaken is de eerste stap om naar het voer- en weidemanagement te kijken en de voerplekken waar nodig aan te passen.
Wat als je paard bewust naar zand zoekt?
Sommige paarden zoeken steeds hetzelfde plekje op. Ze schrapen de bovenlaag weg en likken of eten vervolgens van de grond eronder. Dat gedrag verdient wat mij betreft aandacht.
Vanuit mijn visie op orthomoleculaire en epigenetische voeding zie ik dit als een mogelijk signaal van een behoefte die onvoldoende wordt vervuld. Daarbij vind ik het belangrijk om ook de mineralenvoorziening mee te nemen.
Een paard dat in een afgeschermde omgeving leeft, heeft weinig eigen keuzemogelijkheden. Het is afhankelijk van wat wij aanbieden en kan maar beperkt zelf op zoek naar iets wat aansluit bij zijn behoeften. Als het voer daarin onvoldoende voorziet, kan het paard gaan zoeken binnen de mogelijkheden die er wél zijn. Is er vooral zand beschikbaar, dan kan die zoektocht zich daarop richten.
Daarmee vertelt zand eten je nog niet wat er precies ontbreekt, of dat er daadwerkelijk een voedingstekort is. Het is wel een signaal om serieus te nemen.
Past het rantsoen nog bij je paard?
Neem daarom het hele rantsoen onder de loep. Krijgt je paard voldoende ruwvoer? Sluiten de aanvullingen daar goed op aan? Kom je er zelf niet uit, laat dan een voedingsdeskundige of dierenarts met je meekijken.
In sommige situaties verdienen de mineralenvoorziening en vooral de elektrolyten extra aandacht:
- Veel zweten na zwaar werk of op warme dagen. Met zweet verliest je paard ook elektrolyten, waaronder natrium, chloride en kalium. Bij flinke verliezen kan aanvulling nodig zijn.
- Extra zweten om de lichaamstemperatuur te regelen, ook in rust. Bij paarden die van oorsprong uit koudere gebieden komen, zoals IJslanders, Fjorden en Haflingers, is dit een aandachtspunt wanneer ze in warmere omstandigheden leven. Zweten hoeft niet altijd een zichtbaar natte vacht op te leveren: het vocht kan al verdampen. Paardenzweet is rijk aan elektrolyten, waardoor ook dit minder zichtbare zweten bijdraagt aan mineralenverlies.
- Overgewicht of metabole problemen. Kijk bij een aangepast of beperkt rantsoen goed of je paard nog voldoende vitaminen en mineralen binnenkrijgt. Een paard kan ruim voldoende energie krijgen, terwijl de voeding op andere punten niet goed aansluit.
- PPID. Deze paarden kunnen meer zweten, drinken en plassen. Dat is aanleiding om naast de behandeling ook de vochtbalans en mineralenvoorziening met je dierenarts te bekijken.
- Aanhoudend mestwater. Laat bij langdurig of veel mestvochtverlies ook de voeding en de vocht- en elektrolytenbalans beoordelen.
Begin bij wat je paard dagelijks binnenkrijgt en wat het mogelijk extra verliest. Zo kun je samen met een professional bepalen welke aanvulling passend is.
Voermanagement en kauwbehoefte
Een paard heeft van nature behoefte om verspreid over de dag langdurig te eten en te kauwen. Daarbij telt niet alleen hoeveel ruwvoer er op een dag wordt aangeboden, maar ook hoelang je paard ermee bezig kan zijn.
Als je paard op rantsoen staat en zijn ruwvoer snel op heeft, kan hij langer dan wenselijk zonder ruwvoer komen te staan. Hierdoor kan hij geen gehoor geven aan zijn kauwbehoefte. Dat kan onrust en frustratie geven. Een paard kan dan blijven scharrelen, aan materialen gaan knagen of met zijn mond de bodem onderzoeken. Op een zandpaddock kan daarbij ook zand worden opgenomen.
Ook bij een paard dat moet afvallen, blijft die kauwbehoefte bestaan. Kijk daarom hoe je een passende hoeveelheid ruwvoer over de dag en nacht kunt verdelen. Een geschikte slowfeeder kan de eettijd verlengen, zolang je paard er rustig en voldoende uit kan eten.
Kijk daarnaast naar de omgeving waarin je paard eet en leeft. Kan hij ontspannen bij het voer staan? Zijn er voldoende voerplekken, met genoeg afstand ertussen? Een paard dat steeds wordt weggejaagd, heeft misschien wel hooi binnen bereik, maar krijgt onvoldoende gelegenheid om rustig te eten. Ook weinig sociaal contact, beperkte bewegingsruimte of een onrustige groepssamenstelling kunnen spanning geven.
Goed voermanagement gaat dus over voldoende kauwtijd én de rust en ruimte om te kunnen eten. Observeer daarom ook wat er tussen de voermomenten gebeurt en of ieder paard daadwerkelijk toegang heeft tot het ruwvoer. Zo kun je aanpassingen maken die passen bij de behoeften van jouw paard.
Een graasmasker kan tijdelijk helpen om de zandinname af te remmen, maar de blijvende oplossing begint bij de oorzaak. Kijk daarom goed naar je paard: hoe krijgt hij zand binnen, sluit zijn voeding aan bij zijn behoeften en heeft hij voldoende rust en gelegenheid om te kauwen? Gebruik het graasmasker als ondersteuning en blijf aandacht houden voor wat je paard nodig heeft.